Taalonderwijs
De leerlingen worden ingedeeld op basis van leeftijd en taalniveau. Kinderen die instromen op kleuterleeftijd volgen gezamenlijk groep 1, 2 en 3. Daarna wordt onderscheid gemaakt tussen de leerlingen op basis van hun taalsituatie. De school voorziet in onderwijs van het Nederlands als moedertaal (richting 1), tweede taal (richting 2) en vreemde taal (richting 3). Kinderen die tot richting 1 behoren spreken thuis Nederlands, maar spreken op de dagschool Grieks en/of een andere taal (doorgaans Engels). Bij leerlingen die richting 2 volgen wordt meestal met één van de ouders Nederlands gesproken, terwijl de taal van de andere ouder vaak samenvalt met de dagschool (en dominante gezins-) taal. Kinderen die onder richting 3 vallen krijgen thuis een beperkt aanbod Nederlands en leren Nederlands als ‘vreemde’ taal. Alle drie de richtingen beogen overigens een eventuele doorstroming in het Nederlandse of Belgisch onderwijs.
